Het is lente!
Wanneer ik ’s morgens uit bed stap, hoor ik de vogels al fluiten. Als ik naar buiten kijk zie ik een schitterende zonsopgang! Hopelijk wordt het vandaag weer een warme lentedag, want vanmiddag gaan we weer in de tuin aan het werk. Ik heb er zin in. Ik ben benieuwd of mijn doperwten al boven gekomen zijn, die ik een paar weken geleden geplant heb en of de zonnebloemen al zijn opgekomen, die we hebben voorgezaaid.

Toen ik nog maar net bij in de wingerd was vond ik tuinwerk eigenlijk verspilde tijd. Ik vond het niet erg om in de tuin te werken of om vies te worden, maar ik was toch bij in de wingerd gekomen om therapie te volgen? Wat kon tuinwerk daar nou aan bijdragen? Ik zag het nut er niet van in.

Tijdens mijn eerste week bij in de wingerd kreeg ik een eigen moesbak toegewezen. Ik was verantwoordelijk voor mijn eigen stukje grond en mocht zelf bepalen welke groentes ik wilde telen.

Mijn eerste jaar had ik o.a. radijsjes gezaaid, ik vond het gaaf om ze te zien groeien. Eerst kwamen er hele kleine blaadjes boven de grond uit, maar na een aantal weken werden ze steeds groter, totdat ze groot genoeg waren om te oogsten. Voorzichtig trok ik mijn eerste radijsjes uit de grond. Ik maakte ze schoon en legde ze tijdens de broodmaaltijd op de tafel.

Tijdens het werken in de tuin, ontdekte ik, dat ik me echt kan verwonderen over hoe vruchtbaar een zaadje is als je het in de grond stopt. Dat er leven uit voortkomt en dat het groeit. Ook vind ik het fijn om even niet te hoeven praten, maar dat ik gewoon lekker met mijn handen aan het werk mag gaan, me fysiek inspannen.

Op een middag vond ik, bij in de wingerd, een walnoot in de tuin. Ik heb hem opgepakt en voor de grap in de grond van mijn moesbak gestopt. Ik was benieuwd wat ermee zou gaan gebeuren. Tot mijn verbazing kwam er, na lang wachten, een takje boven de grond en vorig jaar in de lente kwamen er zelfs al blaadjes aan. Ik vond het echt fantastisch om te zien. Ik dacht: “Deze walnoot is tot leven gekomen. Dit kleine boompje groeit naar het licht toe, het heeft voeding nodig, bescherming, kracht, geduld en warmte. Dit nieuwe leven is kostbaar en uniek. Dit boompje is nu nog maar klein en kwetsbaar, maar het mag opgroeien tot een volwassen boom, die krachtig is en met zijn wortels stevig in de grond mag gaan staan. Het mag een boom worden die gezien mag worden door zijn omgeving.”

Toen ik op een middag op mijn hurken naast het boompje zat, besefte ik, dat dit nieuwe leven mij hoop gaf. Ineens drong het tot me door dat wat dit kleine boompje nodig heeft, ik zelf ook nodig heb. Ik heb ook voeding nodig, bescherming, kracht, geduld, warmte en licht. Ook ik mag opgroeien tot een volwassen vrouw die stevig op haar voeten staat en die gezien mag worden

Gerrianne