Afscheid
Aankomende week nemen weer twee groepsgenoten afscheid. In mijn tijd bij ‘De Wingerd’ ben ik erachter gekomen dat écht afscheid nemen verder gaat dan enkel gedag zeggen en dan uit elkaar gaan.

Ik weet nog dat ik mij er in het begin over verbaasde dat iemand een heel blok van 8 weken wilde gebruiken om afscheid te nemen. Ik dacht: ‘Wat ga je dan allemaal doen in die tijd? Dat kun je toch de laatste week of laatste dag wel doen?’

Nu kijk ik hier heel anders tegenaan. Ik besef dat ik in het verleden nooit écht afscheid van mensen nam. Ik ging gewoon weg. Wel had ik vaak het idee dat er iets niet af was. Nieuwe contacten ging ik steeds meer uit de weg met de gedachte: ‘Iemand waar ik een band mee opbouw kan ook weer weggaan. Dat wil ik niet meer ervaren.’

In de groep heb ik gezien, en later ook zelf ervaren, dat het ook anders kan. Dat je door écht afscheid te nemen een periode kunt afsluiten. Afscheid nemen is niet eenvoudig. Vaak is het moeilijk en pijnlijk.

Elk afscheid heeft iets van doodgaan: ‘partir, c’est mourir un peu’, zeggen de Fransen niet voor niets. Maar afscheid is nodig om op weg te gaan.

Voor afscheid nemen zijn twee personen nodig. Jij neemt afscheid van iemand, van anderen, maar die ander(en) neemt (nemen) ook afscheid van jou. Daarom is afscheid nemen ook zoiets als ‘toestemming krijgen én ontvangen om weg te gaan’. Samen ben je het over je vertrek eens geworden. En zo niet, dan ga je niet goed uit elkaar. Dan ga je wel op weg, maar dan gaat wat achter je ligt als een last in je rugzak met je mee in plaats van als inspirerende bagage.
Afscheid blijft moeilijk. In de zwaaiende arm en de wapperende zakdoek in de hand verleng je jezelf om het wederzijdse contact zo lang mogelijk te bewaren. Je scheidt je immers af, en dat doet pijn. Je begint aan een nieuwe fase, en dat is onzeker. Je laat achter je wie en wat vertrouwd is en gaat een onbekende toekomst tegemoet.

Afscheid nemen is loslaten. En soms moet een mens heel wat in zijn leven loslaten. Niet alleen het loslaten in contacten met anderen, ook in mijn proces bij ‘In de Wingerd’. Het is hetzelfde als bij afscheid nemen van anderen, alleen neem ik dan afscheid van een stukje van mijzelf. Ook dit is moeilijk en soms pijnlijk. Sommige patronen of ideeën zijn zo met mijzelf verweven, zo vertrouwd. Als ik dit loslaat weet ik niet wat ervoor terugkomt en óf er wel iets voor terugkomt.

Nu word het straks ook voor mij tijd om afscheid te gaan nemen bij “In de Wingerd”. Een raar idee dat straks ikzelf degene ben die weggaat. Ditmaal gaat het een écht afscheid worden. Eerder nam ik afscheid door een cake op tafel te gooien en er snel vandoor te gaan. Nu wil ik tijd nemen om erbij stil te staan wat deze plaats en alle mensen voor mij betekenen.

Ik kan nu al zeggen dat ‘In de Wingerd’ voor mij een bijzondere plaats is (geweest). Een plaats waar ik mijzelf, maar ook God heb leren kennen. Ik zag God als een boze God die mij veroordeelde. Een tekst die voor mij belangrijk is geworden, Jeremia 29:11, bewijst het tegendeel. Hij heeft het goede met mij voor en Hij zal mij een hoopvolle toekomst geven. Een hoopvolle belofte waar ik mij aan vasthoud!!

Mirjam